"Ik wil beelden maken die nog niet gezien zijn, en volstrekt mijn eigen stempel drukken als graficus en illustrator."


Posts tonen met het label teksten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label teksten. Alle posts tonen

woensdag 11 november 2020

Op reis met heldin Amber

De hoofdrol spelen in een boek, wie droomt daar nu niet van? Speciaal voor mijn metekind haar vijfde verjaardag deed ik een boek cadeau, máár niet zomaar een boek want ik heb het volledig zelf ontworpen. Naast een gepersonaliseerd gouden armbandje en een unieke schildpadrugzak (*zie zijbalk voor meer informatie) kan zij nu dus ook een eigen(zinnig) boek op haar naam zetten. Er bestaat trouwens al een 'fantastisch' boek waarin zij de hoofdrol vertolkt en waarvan de titel bovendien haar naam draagt: 'Amber en S'. Als ze wat ouder wordt, zal de betekenis voor haar pas duidelijk worden.

Voor dit project heb ik letterlijk 'alles' zelf gedaan: het verhaal, illustraties, lay-out én binden en afwerken van het boek. Voor de illustraties heb ik gebruik gemaakt van de etstechniek, een héél omslachtig procedé. Ik heb namelijk een opleiding Grafiekkunst achter de rug aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten Turnhout. Eén van de onderdelen was etsen (*etsen is een oppervlaktebehandeling waarbij een oppervlak van een voorwerp met een – meestal vloeibaar – middel behandeld wordt. Hierbij treedt een chemische reactie op waarbij het oppervlak gedeeltelijk oplost. In het geval van een metaal en een zuur gaat het om een redoxreactie.). 

Voor mijn eindproject besloot ik aldus een prentenboek te maken. Ik werkte hiervoor op koperen plaatjes van telkens 10 cm x 15 cm. Elk koperen plaatje stelt één spread uit het boek voor. Vervolgens drukte ik al deze plaatjes enkele keren af, zowel in zwart-wit als in kleur, zoals u hieronder kan zien. De mooiste drukken scande ik in hoge resolutie, en in Photoshop vergrootte ik de beelden tot A3-formaat (= één spread). Hier en daar wijzigde ik iets aan het beeld of speelde met de compositie. Ik deed de lay-out in het opmaakprogramma InDesign, en tot slot maakte ik eerst en vooral een proefdummie. Op basis hiervan maakte ik een officieel ingebonden exemplaar op ware grootte (= A4- formaat, gesloten). 

Het verhaal gaat over een meisje, Amber, die op de kermis in een vreemd avontuur verzeild geraakt. Ze moet op zoek gaan naar 'iets of iemand bijzonder', maar gelukkig krijgt ze hulp onderweg. Er zit ook een moraal in het verhaal. Het is, en dit is zéér atypisch voor een prentenboek, voornamelijk een zwart-witte wereld met af en toe een streepje kleur. Vanuit pedagogisch standpunt gezien vond ik het interessant om een opdracht mee in te sluiten. Dit geeft kinderen (= niveau beginnend basisonderwijs) de kans om een extra dimensie toe te voegen aan het boek. Bovendien leent de dialoogvorm zich er toe om tijdens een tweede voorleessesie het verhaal na te spelen en uit te beelden in de ruimte.

De algemene opzet, álle etsen en prenten van het boek zijn voorgesteld op de (interne en externe) eindjury. Deze reageerde zéér enthousiast op mijn project. Ik kreeg onder meer de opmerking over een bepaalde prent:"Ik zie dit zeker in een kinderkamer hangen." Dat vond ik een mooi compliment. Het voordeel van etsen (en grafiek in het algemeen) is het feit dat je er eindeloos veel afdrukken mee kan maken.

Nu nog een boek verzinnen voor zusje Elise, maar dat zal er sowieso héél anders uitzien en in elk geval veel kleurrijker. ;) 

Bij deze: geïnteresseerde uitgevers zijn altijd welkom aan mijn adres!

*Specificaties:

'Waar is Kleur', 32 pagina's (= 4 katernen), A4-formaat (gesloten), papier: 160 gram Bio Top, ingekast boek op linten, 2020, onuitgegeven

'Waar is Kleur?', enkele originele etsen (formaat boek op ware grootte)

'Waar is Kleur?', cover en backcover, linnen rug met papieren kaft (ingekast boek op linten, zelf gebonden en gelijmd)

'Waar is Kleur?', colofon en titelpagina, 'opgedragen' aan mijn metekind Amber

'Waar is Kleur?', pagina uit het boek (drieluik), techniek oorspronkelijk beeld: lijnets

'Waar is Kleur?', pagina uit het boek (drieluik), techniek oorspronkelijk beeld: lijnets

'Waar is Kleur?', pagina uit het boek, techniek oorspronkelijk beeld: fotopolymeer

'Waar is Kleur?', pagina uit het boek, techniek oorspronkelijk beeld: lijnets

'Waar is Kleur?'

'Waar is Kleur?', zoekopdrachtje

'Waar is Kleur?', doe-opdrachtje (bijlage)

'Waar is Kleur?', doe-opdrachtje: 'Maak je eigen stempel'

'Waar is Kleur?', pagina uit het boek, techniek oorspronkelijk beeld: lijnets

'Waar is Kleur?', detail uit het boek

'Waar is Kleur?', detail uit het boek

'Waar is Kleur?', detail uit het boek

'Waar is Kleur?'

'Waar is Kleur?', presentatie boek met poster

'Waar is Kleur?', detail rug met kapitaalbandje

'Waar is Kleur?', dummie, pagina's uit het boek

'Waar is Kleur?', dummie, pagina uit het boek, techniek oorspronkelijk beeld: lijnets

'Waar is Kleur?', origineel koperen etsplaatje (afmetingen: 10 cm x 15 cm)

'Waar is Kleur?', originele afdruk etsplaatje: 'ballon' (afmetingen beeld: 10 cm x 15 cm)

'Waar is Kleur?', spread zonder tekst

'Waar is Kleur?', spread zonder tekst

dinsdag 11 juni 2013

Inzendingen KidsGids

Na geruime tijd heb ik nog eens deelgenomen aan een wedstrijd. Voor mijn deelname aan KidsGids heb ik echter besloten geen illustraties in te zenden, maar wel twee verhalen.

Fameus is op zoek naar 10 illustratoren en 10 schrijvers om samen een 'kinder-doe-boekje' samen te stellen over de stad Antwerpen. 
De bedoeling is om kennis te maken met deze stad via ludieke vragen, zoals bijvoorbeeld 'Wonen er boeren in den Boerentoren?'
Dit was tevens de wedstrijdvraag. Bij deze vragen hoort dan telkens een verhaal met een illustratie.Twee inzendingen werden gekozen door het publiek via een stemactie op Facebook, en al de overige inzendingen door een onafhankelijke jury van ouders, kinderen, leerkrachten,...
Ik zette mij op een avond aan het werk, en er vloeiden niet één maar zelfs twee verhalen uit mijn pen! Mijn beide inzendingen kan u hieronder lezen.

Wedstrijdvraag: Wonen er boeren in den Boerentoren?

*inzending één

Op een mooie dag kreeg meneertje Boerentoren een brief van zijn oudste zuster, de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Hoewel ze bijna buren zijn, want ze wonen slechts 123 meter van elkaar. Hij was nog aan het slapen op het moment dat de postbode arriveerde en hem de verzegelde brief bezorgde. 
Vroeger -we spreken over eeuwen terug- toen hij nog niet bestond en zijn zuster jong en knap was, bestonden er nog geen postbodes. De beroemde rivier van Antwerpen, de Schelde, blies toen zijn longen vol lucht en de hevige wind voerde de brievenstroom vanzelf in de richting van de stad.

De 97 meter lange Boerentoren rekte zich uit tot in de toppen van zijn tenen, en nam de brief in ontvangst. Hij stopte de postbode als beloning enkele euro’s toe. Euro’s had hij immers genoeg. Hij was misschien wel de rijkste meneer van heel Antwerpen! 
Mensen kwamen bij hem geld bewaren en weer afhalen. In plaats van bloed stroomde er dus geld in zijn lichaam. Dat geld stroomde van de eerste tot en met de zesentwintigste verdieping en weer terug. Een ononderbroken geldstroom.

“Wat heeft ze nu weer te melden?”, klaagde de Boerentoren. Van bij zijn geboorte was hij al jaloers op zijn zuster. Zij was zoveel mooier en groter dan hem. Zelfs tot in China toe stond zij bekend! Er zijn verhalen en liedjes over haar geschreven. Dat kon men van hem niet zeggen. 
Vroeger was hij enkel populair bij de boeren uit de streek. Die kwamen hem af en toe eens bezoeken. Toch deed hij op dit moment goede zaken in zijn bank. Hij was dan ook een zakenman in hart en nieren.

Traag las de Boerentoren de brief. De stad sliep nog, want het was vroeg in de ochtend. 
“Mmmm”, mompelde hij zo af en toe. “Mmm, mmm”. 
Wat stond er in die brief, denk jij? 
Meneertje Boerentoren trok een frons en dacht diep na. Hij keek even door de vele glazen ogen om zich heen in de richting van zijn zuster. Die was, zoals gewoonlijk op dit uur, haar ‘toilet’ aan het doen. Ze was zichzelf volop aan het bewonderen in de spiegel en schonk geen aandacht aan haar jongere broer. 
“Ziet ze daar staan,” dacht hij, “één brok elegantie”. 
Hij schudde zijn plompe hoofd.

Zijn bejaarde zuster schreef dat de stad momenteel in een diepe crisis zit, en of zij soms niet een beetje geld mocht lenen van hem. Met dit geldt kan men haar ‘restaureren’, een beetje opknappen, zodat ze er eeuwig mooi blijft uitzien. De mensen komen immers van over heel de wereld om haar te bewonderen. Zij is ‘de trots’ van Antwerpen.

Hier moest de Boerentoren toch eens over nadenken. Geld had hij genoeg, dat was geen enkel probleem. Hij nam het besluit om zijn ijdele zuster te helpen, en schreef haar een brief terug. In ruil vroeg hij wel dat de vele toeristen een ommetje zouden maken langs hem, zodat hij zeker niet vergeten wordt. Verder wil hij dolgraag een plaatsje bemachtigen bij de verkiezing van het beroemdste gebouw van Antwerpen. Wie weet lukt dit hem ooit nog wel.

*inzending twee

Tram 10 stopt bruusk. 
“Oké, we zijn er. Iedereen uitstappen!” De dikke vinger van meester Emiel wijst de hoogte in. 
“Dit is ie dan, onze Boerentoren. Het op één na hoogste gebouw van onze stad. Je kan hem al van ver zien.” 
Zesentwintig paar ogen staren nu tegelijk naar de hemel, evenveel als er verdiepingen zijn aan dit gebouw. 

Sam kijkt omhoog. Hij moet zijn ogen afschermen, zo adembenemend is het uitzicht. Om van achterover te vallen! “Wow”, stamelt hij. “Daar moeten heel veel boeren vast enkele jaren aan gewerkt hebben.” 
“Drie jaar lang”, antwoordt de meester.

Plots schrikt Sam op. 
“Meeeuuuuhhhh!!” Zijn vriend Abdul staat vlak achter hem. “Ik koe van joe!”, grapt hij met tuitende lippen. 
De meester bergt zijn stadsplan weer op. Sam kijkt aandachtig naar de vorm van het gebouw. Die doet hem denken aan een raketijsje. 
“Tsjongejonge, daarboven zit je vast tussen de wolken. Misschien kan je er zelfs de ruimte zien”, zegt Abdul. 
“Vandaar noemt men dit gebouw een wolkenkrabber”, vult de meester aan. 

Sam vraagt zich vooral af ‘hoe’ hoog het gebouw is, en hoeveel treden je moet doen om helemaal boven te geraken. Helaas kan hij maar tot honderd tellen. Het zullen er vast veel meer zijn! Alle boeren zijn echter verdwenen. Zouden ze misschien op vakantie zijn naar een ver, exotisch land?

“Kom”, zegt de meester, “we gaan naar binnen.” 
Geen koeien, kippen, schapen of varkens te bespeuren. Sam begrijpt er helemaal niets meer van...

Een rode knop wordt ingedrukt. Daar gaan we dan, op weg naar de hemel! De meester legt uit dat er vroeger op deze plaats veel gevochten werd. Later kwamen hier boeren hun centjes afgeven. 
“Nu noemt men deze toren de ‘KBC-bank’. Jullie kunnen vast al raden waar de ‘B’ voor staat.”

We zijn er gauw. De deuren van de lift schuiven al open. “Oooohhh! Wat een mooi uitzicht!!”, kirt Sam. 
Ginds kronkelt een rivier door het stedelijke landschap. Dat moet de Schelde zijn. Hij tuurt naar omhoog door het raam en trekt een pruillip. Jammer genoeg geen sterren te bespeuren.

De tram vertrekt alweer. 
Stop! Loopt daar nu geen boer met een riek in zijn hand? Het lijkt wel of hij knipoogt naar Sam. 
“Au?!”, roept Sam, en hij tast verbaasd in zijn broekzak. Hij vindt er een miniversie van de Boerentoren. Het kleine voorwerp past in de palm van zijn hand. Het topje van de toren schittert vrolijk in het zonlicht. Wanneer hij dichterbij kijkt, lijkt het wel of er piepkleine mannetjes door de ramen gluren. Vreemd?! Stiekem stopt hij het weg in de gleuf van zijn rugzak. Gelukkig heeft niemand iets gemerkt. Straks zal hij het een mooi plaatsje geven in zijn slaapkamer. Zo kan hij er nog uren naar kijken.

Sam heeft vast het mooiste souvenier van de stad Antwerpen, maar hij merkt niet dat zesentwintig paar ogen hem van achter de vele kleine raampjes van de Boerentoren aanschouwen. Zouden er dan toch... ??

Schrijfsels uit een vervlogen kindertijd...

Ruim 700 beschreven A5- velletjes uit mijn kindertijd... Dit torentje papier vond ik recent terug tijdens een grondige schoonmaakactie. Het gaat om 15 verschillende verhalen die ik schreef in de periode vanaf mijn achtste tot en met mijn elfde levensjaar (of zo ongeveer toch). Eentje is er zoek geraakt, zo blijkt uit de 'inventaris' die ik destijds heb opgemaakt.
Ik kan mij deze verhalen zelf niet meer herinneren, maar heb vooral héél veel gelachen en plezier beleefd tijdens het lezen van sommige passages. En al die spelfouten maakt het best wel schattig. Af en toe staan er ook kleine tekeningetjes bij, om het verhaal te illustreren.

Spontaner werk dan dit bestaat niet. Ik wist niet dat ik destijds zo'n onverbeterlijke fantast was! Amusement verzekerd als ik ze ga herlezen, na zovele jaren.Wie weet welke 'schatten' zal ik nog ontdekken?
Ik heb er lukraak enkele vellen uitgekozen (= per verhaal één spread) en ze zijn zeker leesbaar als je erop klikt.

Beste mensen, u maakt hier exlusief en voor het eerst kennis met het vroegste werk van Nele Van de Velde!






dinsdag 15 november 2011

Jeugdboekenweek 2012: Dieren

Op maandag 31 oktober 2011 bracht ik een bezoek aan de Boekenbeurs in Antwerpen. Het is dé uitgelezen plek om boeken aan te schaffen die je altijd al wilde hebben.
'Tikken tegen de maan', samengesteld door dubbeltalent Joke van Leeuwen, is er daar eentje van. Ik vind het voorlopig één van de beste publicaties die er binnen het genre van de kinderpoëzie te verkrijgen zijn. 50 kindergedichten worden ondersteund door 48 illustraties. Het is een uitgave van Ons Erfdeel vzw.
Ik heb er de bladzijden uitgenomen die mij het meeste aanspreken. Begin dit jaar was er nog een grote overzichtstentoonstelling te zien in De Lakenhal te Herentals.

Als kersvers redactiemedewerker en illustratrice van de nieuwsbrief van de Boekenkaravaan, heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om een lezing bij te wonen.

Zie hier het verslag:

Geen betere manier om kinderen in contact te brengen met boeken, dan een jaarlijks bezoek te brengen aan de Boekenbeurs in Antwerpen. Deze vindt ieder jaar plaats in november, en biedt een aantrekkelijk programma voor jong en oud.
Gedurende deze Boekenbeurs worden heel wat nevenactiviteiten georganiseerd. Zo werd er op maandag 31 oktober een lezing gegeven door Stichting Lezen, in samenwerking met Boek.be. Stichting Lezen is een organisatie die leesbevordering stimuleert, en streeft naar een betere leescultuur in Vlaanderen. Deze lezing stond tevens in het kader van de leerkrachtendag voor het basisonderwijs.

Tijdens de voorstelling werd het thema van de Jeugdboekenweek 2012 toegelicht, en dat is dit jaar Dieren. Men wil dieren voorstellen zoals ze in het echt zijn. Boeken als Vos en Haas zijn hier volledig uit den boze.

De Jeugdboekenweek vindt plaats van 10 tot 25 maart 2012. Alle openbare bibliotheken nemen deel aan dit initiatief. Zij proberen boeken meer onder de aandacht te brengen door bijvoorbeeld jeugdauteurs en illustratoren uit te nodigen, voorleesmomenten, workshops en activiteiten te organiseren.

Verder zijn er –in samenwerking met Boek.be- zes boekenpaketten samengesteld voor elke leeftijdsgroep van het basisonderwijs. Eén ervan is speciaal uitgewerkt voor kinderen die moeilijk of niet graag lezen. Elk pakket bestaat uit zes boeken met uiteenlopende genres. Allemaal gaan ze op één of andere manier over dieren. De verscheidenheid is groot: poëzie, woordeloze prentenboeken, kartonboeken, voorleesboeken, informatieve en educatieve boeken, een klassiek boek over de geschiedenis van de dierentuin, en zelfs een geïllustreerde dierenatlas. Voor elk wat wils.

Naast deze boekenpaketten is er heel wat promotiemateriaal verkrijgbaar, zoals een affiche, stickers, ballonnen, een vlaggenlint en een strijklogo. Als ‘extra’ gadget is dit jaar gekozen voor een verrekijker, waarmee je dieren kan spotten. Voor al dit verzorgde, prachtige beeldmateriaal én de erg toepasselijke typografie zorgden respectievelijk illustrator Carll Cneut (tevens peter van de Boekenkaravaan) en vormgever Kris Demey. Je kan al deze materialen bestellen via de site http://www.jeugdboekenweek.be. Hier vind je trouwens tal van nuttige leessuggesties. Primeur: begin februari wordt er een speciale website voor kinderen gelanceerd! Alvast iets om naar uit te kijken dus.

Tot slot kwamen er nog twee leerkrachten tips geven over voorlezen in de klas. De ene leerkracht geeft les in het tweede leerjaar van het basisonderwijs. Zij maakt in haar klas gebruik van de Boekenbeesten. Deze kan je terugvinden op de site van Boek.be. Aan de hand van deze personages kunnen de kinderen kenbaar maken welk soort boeken hen het meest interesseren. Dit maakt het voor hen ook een stuk makkelijker om een keuze te maken uit het grote aanbod. Elke week staat er een ander Boekenbeest in de kijker. Je kan hier als leerkracht op inspelen door het Boekenbeest te laten voorstellen op een originele manier, via muziek enz... Er bestaat ook een Boekenbeestenquiz (zie http://www.boek.be). Een andere tip die zij meegeeft, is sfeer scheppen. Kies een plek voor je klas zoals een zolder, een kelder, en zorg voor aangenaam comfort zoals bijvoorbeeld knusse kussentjes,...

Hoe worden de ouders betrokken bij dit gebeuren? Er worden regelmatig infomomenten georganiseerd. De moeilijkheidsgraad van de boeken wordt kenbaar gemaak door gebruik van het ‘vijfvingersysteem’.

De andere leerkracht geeft les in De Toren van Babel. Dit is een Secundaire school, waar verschillende talen worden gesproken. De leerkracht legt uit dat de leerlingen door hun taalachterstand nood hebben aan boeken met een goede basis. Het vormt daarom geen uitzondering dat deze leerlingen boeken lezen die normaliter bestemd zijn voor het basisonderwijs. De Boekenbeesten zijn laagdrempelig, en bijgevolg uiterst geschikt voor anderstalige kinderen. Zij vinden dit net leuk!

Als je als leerkracht enige luxe hebt, is het zinvol om met kleine leesgroepen te werken van bijvoorbeeld vier of vijf kinderen. Misschien kan je vertrekken van het Boekenbeestenlied... Verder kan je het voorlezen afwisselen met momenten dat de leerlingen zelf lezen. Beloningen werken effectief: bij elk gelezen boek verdienen de leerlingen een diploma en stickertjes. Dit motiveert hen nóg meer om te lezen.

Interessante sites om te raadplegen:





affiche jeugdboekenweek 2012 (= beeld: Carll Cneut, typografie: Kris Demey)
cover

gedicht en illustraties: Wim Hofman

gedicht: Gerard B. Berends, illustratie: Mieke Lamiroy

gedicht: Jaap Robben, illustratie: Sebastiaan Van Doninck

vrijdag 1 juli 2011

Jongerencatalogus museum Rockoxhuis

Enkele maanden geleden stond er een interessante oproep op de site van Amusee Vous (=een vzw die jongeren en musea dichter bij elkaar wil brengen). Ze zochten tien jongeren om een catalogus/jongerengids te maken voor museum Rockoxhuis. Ik meldde mij aan en werd geselecteerd. Tot zover take one.
Al snel bleek -bij de eerste blind date- dat dit tienkoppige team heel wat in zijn mars bleek te hebben. Na een uitgebreide introductie en rondleiding begon het echte werk. We brainstormden er lustig op los (de gekste ideeën eerst), en dankzij de instructies en deskundige begeleiding van onze coördinator Kim Claes kwamen we tot een mooi afgerond geheel.

Elk teamlid had zo zijn eigen kwaliteiten en was expert in één of meerdere vakgebieden. Dit leidde tot interessante experimenten. De legering bleek een succesformule te zijn. Ik vergelijk onze catalogus dan ook graag met een feestelijk gedekte tafel voor en door jongeren, waarop elk gerecht met veel geduld en de allerbeste ingrediënten wordt geserveerd. In de catalogus zit tevens een rubriek 'Koken met Rockox'; vier smakelijke recepten die je maar meteen bij het eerstvolgende feestdis als vier(sterren)gangenmenu kan voorschotelen aan je apostelen. Judas verdwijnt in het niets als hij onze jongerengids onder ogen krijgt!

Het kaftje stelt een kunstenkabinet voor, waarin onze kostbare kleinoden zorgvuldig verborgen liggen. Als je het opent tref je een CV van Rockox, de zeven (uitklapbare!) kamers uit het museum, en enkele bijlagen. Verder zijn er ook heel wat interessante weetjes te vinden, die net niet het voorpaginanieuws hebben gehaald. De link met de hedendaagse actualiteit is nooit ver weg. Hier en daar is er ook een interactieve knipoog.

Mijn persoonlijke bijdrage betreft een mini-stripverhaal, een zestal illustraties en enkele redactionele bijdragen bij het thema 'Dieren'
(= in samenwerking met teamlid Sophie Rosseel).

Donderdag 30 juni 2011 was het dan zover: onze catalogus werd plechtig en op prachtige wijze boven de doopvont gehouden door de evenknie van wijlen burgemeester Nicolaas Rockox: Vitalski (=ofte nachtburgemeester van Antwerpen). Dit evenement vond plaats in de mooie tuin van het museum Rockoxhuis, in het kader van de donderdagavonden van de musea.

Als teamleden mochten wij ons exemplaar vooraan komen halen. Er was een receptie voorzien, en we deden ons tegoed aan de lekkere hapjes. Samen met twee andere teamleden nam ik vervolgens de proef op de som en we trakteerden onszelf op een tour door het museum, met de catalogus als onze voornaamste gids...

Het was een amusante, geweldige avond die ongetwijfeld nog even zal blijven nazinderen. Ons team heeft dat zeer goed gedaan! Deze catalogus krijgt een verdiende ereplaats in mijn mooie witte boekenkast van den Ikea. Wij hopen vooral dat het Rockoxhuis vanaf nu zwart ziet van de jongeren, en dat ze tot de ontdekking komen dat musea helemaal niet 'saai' hoeven te zijn! Wedden dat mister Rockox himself apetrots zou zijn geweest op het eindresultaat?

Praktisch: onze catalogus kan je vanaf nu kopen voor 2 euro aan de balie van het museum. Meer informatie kan je vinden op http://www.rockoxhuis.be/ en http://www.amuseevous.be/.

kaft

inhoud

inhoud (waaronder stripverhaaltje)

colofon (= vormgeving door 'CD' ofte het vormgeversduo Christof Verelst en Dries Oostens)

zondag 8 mei 2011

Oudje met schattig schelpje

Dit wilde ik jullie niet onthouden: een oud boekje dat ik eens maakte als soort van reisverslag. Ik knutselde ook een (on)handige box in elkaar om het boekje in te kunnen steken. Let vooral op het schattige schelpje dat op het uitsteeksel gekleefd is aan de binnenkant, en waarmee je het doosje kan openen.

doosje voorkant

doosje binnenkant

bladzijde uit boekje

woensdag 12 januari 2011

Verloren vrijdag

Mijn volgende (fictieve) tekst is geïnspireerd op de foto 'Self-portrait with the one I fell for at Keletti station, 7th of January, 18.10 hrs' van de Finse kunstenaar/fotograaf Jari Silomäki. Deze foto is onderdeel van een reeks die hij maakte voor een tentoonstellingsproject met als titel 'Rehearsals for Adulthood'.


Met mijn broodje krab -half in de hand, half in de mond- haastte ik mij zoals gewoonlijk naar perron vier. Mijn oriëntatie miste hierbij niet zijn doel. Ik liep prompt tegen een al even haastige passagier, die een tegenovergestelde richting ambieerde. Iedereen had duidelijk haast. Het was dan ook vrijdagavond. Ik liep door, een broodje krab armer. Mijn trein zou er over vijf minuten zijn. Gelukkig droeg ik die dag een nette jeans en platte schoenen met rubberzolen. Het is zoveel praktischer, en je geraakt bovenal sneller ter bestemming. Ik keek al uit naar vanavond.

Ik nam de roltrap naar beneden, en eiste mijn trede op zoals iedere normale sterveling. Vlak voor mij stond een kleine jongen met een Ben and jerry's. Beneden gekomen liep er een dame vlak naast mij in dezelfde pas. Ze sprak mij aan, terwijl ze een hap nam van haar broodje. "Smakelijk", zei ik vriendelijk. Een blinde jaloezie vervulde mij terstond. Dit deed de maat vollopen! Haar broodje krab had het perron heelhuids gehaald, en het mijn niet. Niet iedereen had evenveel geluk vandaag, zuchtte ik. De dame nam nog een laatste hap. De bijhorende servet belandde in vogelvlucht in de minuscule prullenbak. Vervolgens nam ze haar wanten, want het was erg koud -zowel buiten als binnen-. Echt bibberweer. Ik vond het al wonderbaarlijk dat ze zo goed kon jongleren met een soort sporttas rechts, en een sterk broodje krab links. Een goede evenwichtsoefening. Moet ik ook eens proberen, knoopte ik in mijn hoofd.
Schaduwen gleden aan mij voorbij. Zoveel snelheid in één ruimte. Een snelheid als een trein zonder spoor. Kriskras. Aan de gevoeligheid van de atmosfeer kon ik opmeten dat er een trein naderde. De trein die mij naar mijn bestemming zou voeren. Tegenwoordig heb je daar speciale apparatuur voor om dit fenomeen te registreren: zo'n kermisding met rode bolletjes dat dan aangeeft waar de trein zich op dat moment bevindt.
Zenuwslopende uitvinding, bedacht ik.
'Plets, plets, plets,...'.
Mijn ene voet speelde een spelletje met de zwaartekracht. Ik geraakte uit de pas met de dame die al die tijd naast mij liep. Er is een tijd van komen, en een tijd van gaan. Daar dienen stations voor. Mensen ontvangen en uitzwaaien aan de lopende band.
Er kleefde iets aan mijn schoen. Ik keek even. Een bolletje plakkerige kauwgom dat per toeval onder mijn schoen verzeild was geraakt. Ik rolde mijn jeans op -die sleepte tot op de grond- (trouwens; al mijn jeans zijn te groot), en verwijderde de kauwgom vakkundig met een prikkertje.
Kan gebeuren, dacht ik.

Toen ik weer opkeek, stond 'hij' daar opeens. Ik herkende hem meteen. Hij droeg een zwart leren jacket -nog steeds dezelfde jas als destijds-, en nachtblauwe sneakers.

Het werd drukker en drukker op het perron. Er concentreerden zich overal groepjes mensen. Ik dacht weer aan de rekenlessen uit mijn kindertijd: verzamelingen en relaties. De atmosfeer werd drukkend, ondanks de bijtende koude.
Mijn blik weigerde hem los te laten. Ik was geschokt, verrast, onder de indruk,... Heel wat vragen maalden in mijn hoofd. Ik weigerde dit te geloven. De jongen die zich in mijn blikveld vertoonde was man geworden: stoer en sterk. Vooral dat laatste. Hij droeg een grote koffer in zijn ene hand, en zijn andere hand wist duidelijk niet waarheen. Ik herkende die hand van vroeger. Ooit had ik deze met verstilling mogen vastnemen, en noodgedwongen weer moeten loslaten. Aanrakingen zijn nu eenmaal vluchtig.
Vanwaar die koffer?, vroeg ik mij af. Zou hij soms op reis vertrekken? En waar naartoe? Tussen ons in liepen sloten mensen als kippen in een kippenren. Ook zij wisten blijkbaar niet waar naartoe.

De deuren van de wagons gingen open. Er klonk een geluid van stilstaande motoren, maar inwendig wist ik maar al te goed dat de trein elk ogenblik weer kon vertrekken, en dat maakte mij enorm opgejaagd en onzeker. Ik had kruis of munt willen spelen -is het HEM of is het HEM niet?-, maar de tijd ontbrak. Uiteraard. Tijd heeft gebrek aan tijd. Altijd.
De jongen uit mijn herinneringen maakte zonder omkijken aanstalten om in te stappen. Een hele rij wachtenden versperde ook hem de weg naar de ingang. Zijn koffer fungeerde als grote buffer, duwde menig persoon op een afstand. Vurig hoopte ik dat hij eenmaal om zou kijken.
"Hé kijk, hier ben ik. Ken je mij nog? Ik ben veranderd, zoals je ziet. Misschien niet zo heel veel, maar toch..."

Geduldig wachtte hij. Ik ook. Plots werd ik overvallen door een verlegenheid die ik nergens kon thuisbrengen. Er kleefde een magneet in mij waarvan de ene kant van de polariteit mij naar zijn wagon stuurde, maar de andere kant leidde mij twee wagons verder. Negatief dus.
Ik wurmde mij door de massa, hopend om hem nog eenmaal op mijn pad te mogen kruisen. Rondkijken zou hij, dat wist ik met zekerheid. Mij opmerken was een andere kwestie, waar ik op dat moment liever niet te hard over nadacht. Overigens ben ik maar een eenvoudige gids in een museum. Rondlopen en de aandacht eisen van de toeschouwer zouden dus mijn sterke troeven moeten zijn. Enkel; op dat ogenblik lukte het niet. Mijn humeur zakte warempel naar het vriespunt.
In ons leven gebeuren sommige dingen toevallig. Zo stond er iets meer volk aan de ingang van zijn wagon, waardoor ik de kans kreeg nog voor hem in te stappen. Zulke ogenblikken moet men koesteren. Als een verliefde bakvis in te sterk water, kon ik het niet nalaten hem nog even aan te kijken. Het opstapje was iets hoger, en bijgevolg stond ik overzichtelijker en opmerkelijker. Dat bleek een voordeel te zijn. Heel even kruisten zijn ogen de mijne. Hooguit één seconde. Een onschatbare seconde, vol intensiteit. Er konden sloten dagboeken mee gevuld worden.
Zijn ogen waren nog steeds zo licht als water, een serene blauwte vervulde mij met onbestemde blijdschap. Dunne lippen, gegriefd in een uiterst kwetsbaar en bleek aangezicht. Zo'n blik van:
"Ik hoop zo dat alles goed met je gaat, maar ik moet helaas weer verdwijnen." Als vragen naar mijn toestand. Of is het raden? Welke toestand? Er waren enkele meters verschil tussen ons, maar ze dekten meer dan voldoende de lading. Vervolgens was hij voorgoed verdwenen.

Ik ging automatisch op in de stroom mensen, en nestelde mij druppelsgewijs op de eerste de beste plek bij een raam. Ik reisde in tweede klasse, net als hij. Net als de meeste reizigers, overigens. Je kon hem geen echte snob noemen, ondanks zijn onberispelijke voorkomen en kledij.

Ik werd warm vanbinnen. Meestal gebeurt dit na enkele glazen wijn.
Rode wijn, liefst.

Als een kind dat een zak snoep kreeg omdat het zich zó voorbeeldig had gedragen, ordende ik mijn gedachten. Hij had mij opgemerkt, misschien wel met een lichte vorm van herkenning. Ja, wie weet?
Ik wist heel zeker: er is er maar één zoals hij. Verder is er niets meer. Niets. Niemand wist wat ik op dat moment hoopte, hoewel ik de waarheid al lang de hand moest schudden. Je kan de waarheid maar beter te vriend houden.
Ik zat daar stokstijf steendood te wezen. Geluiden uit de onmiddellijke omgeving beperkten zich tot het niveau van de muziek van Claude Debussy: abstract en ongrijpbaar. Rustig liet ik mijn gedachten meevoeren op een wolk van vertrouwen, die mij ter plekke beloofde dat alles wel goed zou komen.
Zelfs met mij.

De trein vertrok, zonder dat ik er verder erg in had. De omgeving veranderde, zo merkte ik op.
Ben ik het nu die verander, of is het de omgeving?, bedacht ik.
Herinneringen kwamen bovendrijven. Daar trok het landschap zich aan mij voorbij, steeds sneller en sneller. Dat had ik eerder gezien. Ik nam de indrukken in mij op. Mijn hart bonsde in mijn keel. Elke slag was als een mokerslag. Hier zat ik nu, lekker anoniem te wezen.
Een dame met kersenroze lippenstift kwam recht over mij zitten. Vrijwel meteen daarop voegde een grijzende, belezen man met rond brilletje (=hij had zijn boek al in de aanslag) ons gezelschap toe. Naast mij zat een jong meisje verveeld met de nestels van haar winterjas te spelen. Ze maakte er twee schattige vlechtjes mee. Dik ingepakt.
Zullen we kaarten?, merkte ik lacherig op.

Ik hoopte nog steeds op een groot wonder. Nog steeds. Maar neen... Tientallen mensen passeerden de revue, als namen ze deel aan één of andere modeshow. Een enkeling passeerde zelfs meerdere malen.
"Neen, jij bent het duidelijk niet", peinsde ik gelaten.
Gelatenheid was het juiste woord. Niet één keer kwam hij voorbij...

Deze trein bestaat uit veel wagons, dacht ik.
Ik wist niet hoeveel, maar het waren er wel wat. Ik maakte een rekensom uit onbegrip: 'Al die zitjes min eerste klasse plus spitsuur maken alles samen een waterkans'. Een waterkans om hem alsnog vluchtig te kunnen ontmoeten. Het was het één met het ander aftrekken (of optellen zo je wilt). Alles kwam toch altijd op hetzelfde neer. De slotsom: er was een groot wonder nodig.
Al gauw werden alle plaatsen in mijn directe omgeving ingenomen, en kon ik voorgoed een kruis trekken over mijn zoet gekoesterde rekening van hoop.

Eén van de passagiers schuin over mij was een oversizede macho, die amper uit zijn wieg kwam. Naast hem zat een knap kind. Met mijn schamele portie mensenkennis vermoedde ik dat het zijn vriendinnetje moest zijn, hoewel niets daar op wees. De jongen was immers te druk in de weer met zijn iPhone. Zo'n onding gaat altijd voor dames, zelfs al ben je nog zo knap. Ik had medelijden met het meisje. Ze lachte vriendelijk naar mij. Uit haar ogen kon ik aflezen dat het een recent geschenk moet zijn geweest voor haar vriend. En dat allemaal voor een overjaarse puber die duidelijk -puur op grond van uiterlijke kenmerken en gedragingen- het sop van de kool niet waard scheen te zijn.
Ze zijn nog jong, dacht ik. Ik ben er dertig. Later zullen ze wellicht dezelfde vooroordelen hebben als mij, over een koppel schuin over hen (in de veronderstelling dat ze dan nog samen zullen zijn, in de trein gezeten, niet tegenstaande het feit dat er in de toekomst nog treinen zullen rijden of niet). Alles evolueert tegenwoordig zo snel...

Ik kwam weer tot de wereld, en de wereld kwam weer tot mij.
Ik bedoel; de wereld zoals Plato die heeft voorgesteld. Een wereld in de vorm van een schemerig landschap dat aan mijn rechterzijde veranderlijk voorbijtrok, aan mijn linkerzijde mensen die naarstig kwebbelden en snaterden als vogelbekdieren, en natuurlijk een omgeving in de vorm van iPads en iPods. Muziek in de vorm van liedjes. Een liedje van Eliza Doolittle nog wel.

Geen enkele stilte tussen de bedrijven door. Geen enkele. Geen geluiden. Louter lawaai. Weg was Debussy. De ene emotie nam al snel de plek in van de andere. Een beetje zoals de passagiers zich zetelden.

Ik neuriede volop mee op de tonen van dit funky nummer: "...Pack up your troubles in your old kit bag and bury them beneath the sea..."
Inderdaad, dacht ik. Elke dag reizigers, beladen als muilezels met tassen en zakken, naar of van hun werk. Zouden die tassen niet beter af zijn als je er je zorgen in kon parkeren? Verslijten doen ze toch. Vroeg of laat. De tassen zouden in een oogwenk zwaarder wegen, en tegelijkertijd vederlicht zijn. Zorgen zie je immers niet, die wegen door. In gedachten zag ik overal op het perron mensen over de grond kruipen, met tassen zonder inhoud. Met röndgenogen kon ik detecteren dat de inhoud te zwaar woog voor hun tengere lijfjes. Ballast die geen ballast blijkt te zijn.

Ik keek op mijn horloge. Buiten was alles donker en monotoon, een landschap vol schakeringen. Er lag een beetje sneeuw, die nu oplichtte in het maanlicht.

Vijf voor zeven.
We spoorden nu drie kwartier (zonder vertraging stel je voor!), en de kaartjesknipper was bij mijn weten ook nog niet gepasseerd.
Alles bestond uit niet vandaag. Ik droomde luidop dat de kaartjesknipper in dromenland vertoefde, en twijfelde om dan toch maar mijn eigen iPod boven te halen. Ik wist dat ik mijn oren moest sparen voor later die avond. Oren zijn als knusse zetels. Die moet je verwennen.
Deemoedig keek ik dan maar voor mij uit, op zoek naar enige vorm van communicatie. Geen reactie. Enkel wat licht gesnurk (=lees: geronk) van de dame met de kersenlipstick. De moeite van het vermelden van de decibels niet waard. Toch deed de belezen man naast haar de moeite om knalroze oorstoppen in zijn oorschelpen te verstoppen.
Hoe kan je zo'n spannende passage nu onderbreken voor zoiets?, dacht ik toen ik de titel van het boek op de rug van het boek las. Dat boek kende ik. Het was geen bestseller, maar zelfs als men een boom doormidden aan het zagen was zou je er nog niet van mogen opschrikken.
Dit was duidelijk geen koppel.

Niets in mijn handen, niets in mijn zakken, slechts een aanvullende herinnering in mijn hart. Eentje van korte duur dan.

We naderden de eindhalte. Er stond niemand op. De sfeer in de trein was ongebruikelijk voor een vrijdagavond. Of lag het dan toch aan 'de tijd' van het jaar?
Ik stond wel op. Uit interesse. Uit interesse naar iemand.
Iemand; al dan niet nog aanwezig in deze trein. Iemand mij welbekend.
Eveneens tweede klasse. Bij elke nieuwe halte sloeg mijn hart een slag over. Elke halte was een uitnodiging om al zoekend door de lens van het raam te kijken. Met een fotografische geduldigheid, die nauwkeurig en netvliesgebrand elke voorbijganger registreerde. Zonder enig resultaat (zoals je al wel kon vermoeden).

Het was ondertussen zo donker geworden, dat ik mij moest baseren op schimmen. Gelukkig kwam er voldoende licht van de straatlantaarns, zodat ik uit de donkere gedaanten toch nog menswaardige 'identiteiten' kon opmaken.
Ik liep door de gangen van de verschillende wagons. Van wagon naar wagon naar de bewuste wagon. Wagons die als een zandloper aan het leeglopen waren. Elke deur was als het begin en einde van een hoofdstuk. Ik wist toen niet veel meer. Durven kijken was de boodschap. Ik had spijt.
Dit had ik al veel eerder moeten doen, besefte ik. Nu was het te laat.

Ik nam me voor een aanspreking voor te bereiden. Er vormden zich openingszinnen in mijn hoofd. Deze wateren had ik al zo dikwijls doorzwommen. Velen kwamen en gingen. Ik maakte weer een metafoor met de wagons. Dit keer was het anders, al voelde het niet direct zo aan. Het was net alsof ik hem voor de allereerste keer zou ontmoeten. Toch deed hij mij nooit eerder zó vertrouwelijk aan.

We naderden mijn halte. Met enige aarzeling liep ik door de gang waar ik hem zou kunnen ontmoeten. De jongeman die momenteel ergens aanwezig is. Zeker weet je het nooit. Ik hoopte het, met een zweem van voorspelbaarheid.
Een gevoel van warmte overspoelde mij opnieuw toen ik hem in mijn gezichtsveld kreeg, links in de hoek. Eveneens starend door het raam. Dat wil zeggen naar zichzelf, want buiten was alles zwart en onbekend. In zijn ene hand een grijpklaar ticket (die verdomde kaartjesknipper kwam maar niet).
Een enkel kaartje zonder retour, las ik stiekem af.
Zijn andere hand greep naar weet ik veel waar. Zeker niet naar mij. Zijn koffer stond naast hem.
"Wat heb je te verliezen?", dacht ik in stilte.
Hij had een iPod vast, waardoor alle geluiden uit de buitenwereld voor hem werden afgesneden. Geen wonder dat de kaartjesknipper niet kwam opdagen. Deze situatie vermoordde ook terstond mijn kansen hem aan te spreken (als hij zich al tot mij zou willen wenden). Verdriet en weemoed grepen mij bij mijn nekvel.

De trein vertraagde, mijn gedachten vervaagden. Lichtstralen braken door. Elektrisch licht binnenin een gebouw, weliswaar.
Ik merkte aan de affiches langs de muren dat het mijn afstaphalte betrof. Ik moest hier afstappen, zonder pardon. Hij bleef echter rustig zitten, nog steeds gespannen door het raam kijkend. Ik begreep het; er waren ineens genoeg andere dingen te zien, en deze dingen hielden totaal geen verband met mij.
In stilte nam ik afscheid van hem. De kwestie was dat hij zijn reis gewoon verder zette. Maar naar waar? Zou ik hem ooit nog terugzien? Zouden zijn gedachten even parallel blijven lopen met de mijne, net zoals de lijnen van deze rails?

Vooraleer ik ging uitstappen, checkte ik mijn portefeuille.
Shit! Ticket vergeten te bestellen... Daar gaat mijn concert van U2!