'Ja, ik wil!', is dit jaar het centrale thema van de WAK. Tevens verwijst deze titel met een knipoog naar 'het jaar van het vrijwilligerswerk'.
Speciaal voor deze gelegenheid werd ik dit jaar door de dienst Cultuur van de gemeente Lille gevraagd om de opmaak te verzorgen van de
catalogus/programmaboekje. Veel mensen weten (nog) niet dat ik wel degelijk kan vormgeven!
Hier volgen een aantal pagina's uit de catalogus, die ondertussen ook te downloaden is op de site van
http://www.lille.be/.
Samen met een andere deelnemer,
Walter Bockx, werd ik dit jaar opnieuw verzocht
gedichten te schrijven bij werken van de deelnemende kunstenaars. Walter en ik hebben deze onder elkaar verdeeld, terwijl we vorig jaar bij elk werk van de kunstenaars iets moesten schrijven. En het moet gezegd: zijn duidelijke, universele en verstaanbare gedichten contrasteren prima met mijn abstracte, vaak ingewikkelde taalcomposities. Zowel inhoudelijk als vormelijk.
Het wordt stilaan tijd om mijn
amoebestatuut aan te vragen :)



*Gedicht bij werk van
Anita Fleerackers:
De vloer is gestemd, nu
waaiert zij, rekt
zich het ritme, schikt
de ladder der muziek
(deze vrouw is immers opgetrokken
uit komma's en punten)
wanneer zij zich uitvouwt
in vier kwartieren, bubbels
uit de glazen met gekoelde wijn.
De balken galmen, fluisteren
nipt van beide.

*Gedicht bij werk van
Marian Gios:
*Mavroki
Mijn oevers lopen over
mijn zwevende rib zet mij uit
mijn schoenen, warempel een
maat te klein voor jouw ego hoe organisch
kronkelen wij?
(misschien delen wij elkaar wel
beide, uit een serie 'vorige levens',
is de overschot slechts restvorm van een mal
die rondom ons werd gevormd op het moment
dat er voor het eerst sprake was van brokstukken
die uit de ruimte op ons kwamen toegesneld?)
uit welke vorm of tijd bestaan wij?
[O -vorm = knikkertijd
V -vorm = pubertijd
X -vorm = twijfeltijd]
...en over alle verschillen daar ergens tussenin
( =* -man -vrouw -kind ).
Ons hoofd draagt onwetend een
embryo zie het
wenen, onze oevers lopen
over.