"Ik wil beelden maken die nog niet gezien zijn, en volstrekt mijn eigen stempel drukken als graficus en illustrator."

zondag 29 januari 2017

Mijn 'gestolen' dichtenbundel (...en tekening(en))

De laatste donderdag van januari gaat traditiegetrouw de poëzieweek van start. Dit doet mij automatisch terugdenken aan mijn jeugdjaren, want schrijven was toen lange tijd het liefste wat ik deed, naast muziek spelen. Op de basisschool schreef ik al gretig opstellen en verhalen. Later, tijdens mijn puberjaren, werden dat een hele resem gedichten met (jawel!) de liefde als populairste onderwerp.

Op school had ik al vroeg een grote interesse voor de taalvakken. Een boekrecensie of zelfs een toneelstuk schrijven? Helemaal my cup of tea! Op één van mijn opstellen stond bijvoorbeeld als commentaar: 'Goed werk Nele, zowel wat inhoud als schrijfvaardigheid betreft. Jij kan schrijven! En je invoelen! Blijven schrijven, Nele!' 
Deze opstellen heb ik grotendeels bewaard, evenals als de zes dichtbundels die ik tijdens mijn puberjaren schreef. Ik kon het niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. Integendeel! Het vormt een waardevolle herinnering aan mijn jeugd. Hoewel het, achteraf bekeken, grotendeels om slechte poëzie gaat.
En dat in een tijd waarin wij onze werkjes nog met de hand schreven. Wij hadden zelf nog geen internet, laat staan dat er boeken in huis waren. Ik denk dus dat ik toen vooral schreef vanuit een soort gemis én om mijn gevoelens en indrukken te kunnen uitdrukken in iets tastbaars.
Een bibliotheek was voor mij destijds nog onontgonnen gebied. Ik weet nog dat ik voor Nederlands een boekbespreking moest doen, en dat ik ergens op zolder nog een stationsromannetje vond (tot grote hilariteit van de klas). Zó erg was het met mij dus gesteld!

De periode dat ik gedichten schreef had ik zelf nog geen enkel gedicht gelezen. Tenzij misschien op school ter gelegenheid van gedichtendag, of 'het Schrijverke' van wijlen Guido Gezelle.
Dat begon te veranderen toen ik in het vijfde middelbaar een leerkracht Nederlands kreeg die erg bezig was met literatuur in de meest brede zin van het woord, eerder dan grammatica. In mijn twintiger jaren heb ik mijn schade natuurlijk grondig ingehaald.
Toen ik een jaar of zestien was, schreef ik gedichten aan de lopende band. Het was een aangenaam tijdverdrijf voor mij, en het gebeurde dat ik tot zes gedichten op een dag schreef! Zó bedreven was ik er mee bezig.
Ik zocht echter nog een klankbord om mijn 'gedachtespinsels' in kaart te brengen. Daarom besloot ik om enkele van mijn dichtbundels (die ik toen ook al illustreerde) aan mijn leerkracht Nederlands te bezorgen. In totaal bezorgde ik haar drie bundels. Zij schreef er dan telkens commentaar, correcties en soms suggesties bij. Van elke dichtbundel maakte ik hiervoor een zwart/wit kopie. Mijn vader nam ze in die tijd nog mee naar zijn werk, omdat daar een kopiemachine ter beschikking stond. Maar bij de derde (en laatste) bundel liep het mis, want die heb ik tot op de dag van vandaag nooit meer terug gezien.
Het moet tegen het einde van het schooljaar geweest zijn dat ik hem bezorgde aan mijn leerkracht. Tot overmaat van ramp zaten er bij de kopie, naast geïllustreerde gedichten, een flink aantal gedichten die nog niet geïllustreerd waren en waarvan ik vooraf geen kopie had genomen! Een aantal hiervan kon ik recupereren door middel van eerdere versies, maar van een tiental gedichten heb ik enkel nog de titel. Achteraf kon ik mij ook niet meer herinneren wat ik toen geschreven had.

Ik weet enkel dat mijn leerkracht deze bundel, zonder mijn medeweten, naar een uitgeverij heeft gestuurd (hoewel ik de gedichten persoonlijk te zwak vond voor een 'eventuele' uitgave). Tijdens het oudercontact was ik even poolshoogte gaan nemen. Op dat moment was zij in gesprek, aangezien zij toen blijkbaar hulptitularis was van een klas. Ze kwam naar de deuropening en zei tegen mij dat ze mijn dichtbundel naar een uitgeverij had gestuurd. Ze voegde er meteen nog aan toe dat '...ik dat toch niet erg vind'. So far, so good.
Wat kon ik hier op antwoorden? Samen met mijn moeder hebben we via mijn hulptitularis toch nog geprobeerd om achter de contactgegevens van de uitgeverij te geraken, maar zonder resultaat... Het jaar daarop ging ik alsnog kunstonderwijs volgen (hoewel ik toen de eerste van mijn klas was), en verhuisde naar een andere middelbare school.

Ik heb lukraak twee gedichten gekozen uit deze bundel, die ik qua symboliek nog goed bedacht vond van mijzelf. Wie weet herkent iemand ze toevallig bij het lezen, en dan is er toch nog hoop!? Of wie weet leest mijn leerkracht van weleer dit verslag wel. Ik heb haar ooit eens gecontacteerd, maar ze heeft niet gereageerd.
Ik ben niet boos (hoewel ik er misschien wel een goede reden voor zou moeten hebben), wel een beetje ontgoocheld MAAR vooral nieuwsgierig naar de gedichten die ik ooit heb geschreven maar niet meer kan herinneren.

Later heb ik nog tweemaal gedichten geschreven bij kunstwerken, in opdracht van de gemeente Lille. Dit was naar aanleiding van 'de Week van de AmateurKunsten'. Sindsdien is de inkt van mijn pen al enige tijd uitgedroogd, maar ik 'voel' wel dat nog niet alle inkt volledig is weggevloeid.

De meeste mensen worden beroofd van geld of waardevolle documenten (wat mij nog nooit is overkomen), maar bij mij zijn het merkwaardig genoeg gedichten én zelfs tekeningen.
Zo heb ik als tiener drie jaar kunstacademie gevolgd in Herentals. Ik was vijftien jaar toen we de opdracht kregen om een olieverfschilderij te maken van een reproductie. Ik koos een werk van Rembrandt. Ik had de tekening al volledig uitgewerkt in potlood, en de volgende les zou ik beginnen met het schilderen.
Toen ik in het atelier kwam was mijn tekening plots verdwenen. Onze werken waren nochtans stevig met tape op een hardboard bevestigd, dus de tekening was er met opzet af gehaald. Ik ben meteen in tranen uitgebarsten, en mijn tekenleerkracht schreef in koeien van letters een boodschap op het schoolbord. Ik ben meteen opnieuw begonnen, en mijn ouders vonden het zo mooi dat het werk uiteindelijk werd ingelijst én tot op heden nog steeds in onze living hangt.
Toen we naar de tentoonstelling gingen kijken, liep er een meisje voor mij en zij wees meteen naar mijn werk. Dat vond ik een mooi compliment! Het was mijn enige olieverfschilderij ooit. Het schilderen wil ik later weer oppikken, want ik heb het altijd graag gedaan.

Hier volgen de gedichten uit mijn bundel. Het leuke is dat ik ze gedateerd heb:

'Liefdesverdriet'     13 april 2002

Ik vraag me af
hoe lang het nog duren zal.
Ze slijt met het tikken van de klok,
terwijl de bons steeds onrustiger

De noodkreet in mij doet losbarsten
en de klokt tikt verder
met onvervuld verlangen.
Maar de nood wordt duurzamer

Met de minuut
doet ze de tijdbom ontwaken
in een explosie van tranen.
Ik wacht tot het 'twaalf' is.
- - - - - - - -

                              14 april 2002

'Ze dwalen telkens af,
als een bos in de mist.
Ik herken hun code haast niet meer,
de wegen snijden elkaar
alleen nog de pas af.

Jij maakt rechtsomkeer
in jouw bos
bedekt je bladeren steeds weer.

Bomen zal ik nooit meer zien,
onkruid zal je zaaien.
...Maar mag ik in je wirwar van takken lezen?
- - - - - - - -

Ik wil alsnog besluiten met een vrolijke noot. Volgend gedicht komt niet van mijzelf, maar van een andere illustrator die eveneens een grote literatuurliefhebber is én bovendien een dichterlijk talent.
Over haar werk schreef ik in het verleden al eens twee blogposts, maar haar gedichten mogen er zeker ook zijn.
Een mooie ode, speciaal gericht aan de Gedichtendag. Vandaar de keuze.
 

'Gedichtendag'

Kom wat dichter,
mijn alfabeet slash poët, zoals jij boeken eet.
Een lettersoepdieet.
Deze dichte deurendag is
aan jou besteed.
Hang aan de deurknop een zoenmagneet.

*Vanessa Verstappen

het olieverfschilderij dat ik als tiener maakte in de tekenacademie van Herentals, een reproductie van Rembrandt, een oefening in 'kleur'

Judy Garland en Bob Newhart: comedy sketch